Algemene info zwemlessen

Het Zwem-ABC

Leren zwemmen is in ons waterrijke land van levensbelang. Wij wonen niet alleen in de buurt van water, maar we zoeken het water ook graag op. Daarom is het een must dat kinderen al op jonge leeftijd leren zwemmen. De basis van leren zwemmen is het Zwem-ABC, een paspoort voor een leven lang zwem- en waterplezier.

 

Wat is de ideale leeftijd om te leren zwemmen?

Hoe eerder een kind veilig is in het water, hoe beter. Vanaf zeer jonge leeftijd zijn er mogelijkheden in het zwembad om kinderen veiliger in en om water te laten bewegen. De leeftijd waarop kinderen er aan toe zijn om met zwemlessen te beginnen, is afhankelijk van de ontwikkelingsfase waarin het kind zit. Normaal gesproken is een leeftijd tussen 4 en 5 jaar prima om te beginnen.

zwemles1

 

Zwemlessen A-B-C

De adviesleeftijd om te starten met zwemles voor het A-diploma is 4 tot 5 jaar. Er zijn ouders die liever eerder willen starten met zwemles, namelijk als hun kind 4 of zelfs 3 jaar is. De eisen die aan het A-diploma zijn gesteld, zijn te moeilijk voor een kind van 3 jaar om te halen. Zelfs een kind van 4 heeft moeite met de eisen. Daar komt bij dat een kind van 4 ook start op de basisschool. Dit is voor een kind een grote verandering, die veel energie kost. Wacht een half jaar en het kind zal makkelijker door de zwemlessen heen lopen.

Het Zwem-ABC bestaat uit drie Nationale Zwemdiploma’s: A, B en C. Het Zwem-ABC is gericht op kinderen vanaf 4 jaar. De zwemdiploma’s A en B zijn daarin waardevolle tussenstapjes, maar wie het complete Zwem-ABC op zak heeft, is pas een échte vriend van het water geworden. Een kind met het Zwem-ABC op zak doet met veel plezier mee aan alle mogelijke activiteiten in en om het water.

Bij het Zwem-ABC wordt in het begin veel aandacht besteed aan het watervrij maken van kinderen. Dit is een hele belangrijke periode. Hierin wordt de basis gelegd voor het leren zwemmen. Kinderen leren drijven op de borst en rug, te water gaan en er uit klimmen, draaien van borst naar rug naar borst, onder water gaan, onder water kijken en zoeken. Deze zaken zorgen ervoor dat kinderen het water leren kennen en zich er prettig in gaan voelen.

Veel oefeningen worden in spelvorm aangeboden, omdat dat voor jonge kinderen de beste manier is om iets te leren. Denk dus niet dat het kind alleen maar speelt in het water. Ieder spel heeft een bedoeling. Na deze periode van watervrij maken is het tijd voor de volgende fase: de zwemslagen.

Bij het Zwem-ABC leren kinderen vanaf het begin vier zwemslagen: enkelvoudige rugslag, schoolslag, borstcrawl en rugcrawl. Deze laatste twee zijn kennismakingsslagen en worden bij ieder diploma moeilijker. Behalve aan de zwemslagen blijft ook aandacht besteed worden aan allerlei oefeningen in diep water, zoals verschillende manieren van in het water gaan, onder water zwemmen, klimmen en klauteren op een vlot en op de kant en naar de bodem gaan.

Bij het Zwem-ABC ligt een belangrijk accent op het ‘veilig zijn’ en ‘veilig voelen’ in het water. Al vanaf de eerste zwemlessen wordt hieraan aandacht besteed. Er wordt geoefend met vallen en opstaan, in het water springen en uit het water klimmen. Ook met kleren aan in het water zijn komt tijdens de lessen aan de orde.

zwemles2

 

Hoe snel heeft uw kind het Zwem-ABC compleet?

Als het A-diploma eenmaal binnen is, zijn diploma B en het complete Zwem-ABC ook binnen bereik. Gemiddeld hebben zwemleerlingen 42 klokuren nodig om het diploma A te behalen. Voor diploma B staan gemiddeld 12 klokuren, en voor C nog 12 klokuren. B en C samen kosten dus nog minder tijd dan het A-diploma alléén.

Sinds oktober 1998 gaat iedereen die leert zwemmen in opleiding voor het Zwem-ABC. Wie alle drie diploma’s (A, B en C) bezit, is zwemveilig. Het Zwem-ABC staat voor een kindvriendelijke manier van leren zwemmen, waarbij zwemveiligheid een prominente rol inneemt en biedt alle vaardigheden iedereen tegenwoordig nodig heeft bij het zwemmen in subtropische zwemparadijzen en bij activiteiten op, in en aan het buitenwater. Het Zwem-ABC kent een logische opbouw, waardoor leerlingen bij het behalen van ieder diploma vaardiger en veiliger worden. Niet de zwemslagen staan centraal, maar het veilig en vrij bewegen in het water onder alle omstandigheden.